De Nederlandse woningmarkt laat opnieuw een stevige prijsstijging zien. In maart betaalden kopers gemiddeld vijf procent meer voor een bestaande woning dan een jaar geleden. Tegelijkertijd wisselden er fors meer huizen van eigenaar. Trekken we hier al conclusies uit? Niet te snel. De cijfers vertellen een genuanceerder verhaal dan de koppen doen vermoeden.
Wat zeggen de cijfers precies?
Het Kadaster en het CBS publiceerden deze week hun meest recente woningmarktcijfers. Over het eerste kwartaal van 2026 stegen de huizenprijzen gemiddeld met 5,2 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. De stijging van februari naar maart was met 0,3 procent bescheiden. De markt beweegt, maar niet in een razend tempo.
Opvallender is het aantal transacties. In maart gingen 19.381 woningen van de hand. Dat is bijna dertien procent meer dan in maart vorig jaar. Over het hele eerste kwartaal telde het Kadaster 55.949 verkopen, negen procent meer dan een jaar eerder. Er wordt dus weer meer gekocht. Maar betekent dat ook dat het makkelijker is geworden?

Grote regionale verschillen
Wie naar de provincies kijkt, ziet een verdeeld Nederland. Drenthe spant de kroon met een prijsstijging van maar liefst 8,2 procent over het eerste kwartaal. Aan de andere kant van het spectrum staat Noord-Holland, waar de prijzen slechts 3,3 procent stegen. Dat klinkt paradoxaal. De duurste provincie groeit het langzaamst.
Maar dat is het eigenlijk niet. In Amsterdam en de andere grote steden lagen de prijzen al zo hoog dat verdere stijging steeds moeilijker wordt. Een huis van acht ton dat vijf procent duurder wordt, is een heel ander verhaal dan een woning van drie ton in Emmen die acht procent stijgt. In absolute euro’s scheelt dat niet eens zoveel.
De provincie Utrecht was koploper qua transacties. Daar werden 14,2 procent meer woningen verkocht. Friesland was de enige provincie waar het aantal verkopen daalde, met 2,1 procent. Waarom juist Friesland achterblijft, is lastig te verklaren. Mogelijk speelt het beperkte aanbod een rol, of is de vraag er simpelweg minder sterk.

Vrijstaande woningen het duurst, hoekwoningen het populairst
Niet elk type woning stijgt even hard in prijs. Vrijstaande woningen werden in het eerste kwartaal 7,1 procent duurder. Tweekappers volgden met 6,4 procent. Appartementen bleven wat achter met vier procent prijsstijging.
Dat vrijstaande woningen het hardst stijgen, is logisch. Er worden er relatief weinig gebouwd en het aanbod is schaars. Wie een vrijstaand huis zoekt op een goede locatie, heeft weinig keus en betaalt de hoofdprijs.
Het populairste woningtype gemeten naar verkooptoename was de hoekwoning. Daar steeg het aantal transacties met 12,5 procent. Hoekwoningen bieden voor veel gezinnen een aantrekkelijke combinatie van betaalbaarheid en ruimte. Je hebt een tuintje, een extra raam en toch geen hypotheek die je nachten wakker houdt. Althans, dat is het idee.

Koelt de markt af of warmt die op?
Hier wordt het interessant. De NVM meldde vorige week dat de woningmarkt juist weer wat afkoelt. Minder overbieden, iets langere verkooptijden. Hoe rijmt dat met de CBS-cijfers die juist meer transacties en hogere prijzen laten zien?
Het verschil zit in de methode. Het CBS en Kadaster meten alle verkochte woningen in Nederland op basis van geregistreerde koopakten. De NVM rapporteert alleen over woningen die via NVM-makelaars zijn verkocht. Dat is een groot deel van de markt, maar niet alles. Beide datasets zijn waardevol, maar ze vertellen net een ander deel van het verhaal.
Wat we wel kunnen zeggen: de woningmarkt is niet oververhit, maar ook zeker niet koud. De prijzen stijgen gestaag, het aantal verkopen neemt toe en de regionale verschillen zijn groot. Voor kopers in Drenthe ziet de wereld er anders uit dan voor iemand die in Amsterdam zoekt.
What does this mean for you?
Ben je van plan om binnenkort een huis te kopen? Dan is het goed om te weten dat de prijzen voorlopig niet gaan dalen. De stijging is gematigd vergeleken met de gekte van een paar jaar geleden, maar van een koopjesmarkt is geen sprake.
Verkopers zitten in een comfortabele positie. De vraag is er, de prijzen stijgen en het aanbod blijft krap. Wie overweegt te verkopen, doet er verstandig aan om de lokale markt goed in kaart te brengen. Want die gemiddelden verhullen flinke verschillen per regio en woningtype.
De woningmarkt in 2026 is er een van geduld en precisie. Geen paniek, geen euforie. Gewoon stevig doorstijgen.