Wie de afgelopen jaren een huis kocht, sleepte de verhuisdozen gemiddeld een stukje verder dan tien jaar geleden. Niet dramatisch verder, maar het verschil is er. Uit nieuw onderzoek van het Kadaster blijkt dat kopers in het laatste kwartaal van vorig jaar gemiddeld 13,6 kilometer verhuisden. Tien jaar eerder was dat bijna 3 kilometer minder.
Toch is het beeld genuanceerder dan een simpel “Nederlanders trekken massaal weg uit hun gemeente”. Meer dan de helft van de kopers blijft namelijk gewoon binnen de eigen gemeentegrenzen wonen. De grote leegloop blijft uit. Wat we zien is eerder een geleidelijke verschuiving dan een aardverschuiving.
Corona als versneller
De pandemie speelt een hoofdrol in dit verhaal. Toen kantoren leegliepen en thuiswerken ineens normaal werd, gingen veel mensen op zoek naar ruimte. Een extra slaapkamer voor het thuiskantoor, wat groen om het huis, een tuin om in te zitten. Die zoektocht voerde steeds vaker buiten de eigen gemeente.
Het hoogtepunt lag in 2022. In dat jaar verhuisden kopers gemiddeld meer dan 16 kilometer van hun oude woning vandaan. Daarna zakte de afstand weer. Eind 2025 zat de gemiddelde verhuisafstand ongeveer op het niveau van vlak voor corona. De uitzonderlijke jaren lijken voorbij, al blijft de afstand structureel iets hoger dan in 2015.

Het westen springt eruit
Niet overal in het land verhuizen mensen even ver. In het westen van Nederland is de verandering het sterkst. Daar groeide de gemiddelde verhuisafstand in tien jaar van 11 naar ruim 18,5 kilometer. Bijna een verdubbeling voor een regio die toch al dichtbevolkt is.
Waarom juist daar? Het Kadaster wijst naar de prijzen. In de Randstad stegen de woningprijzen harder dan in de rest van het land. Wie in Amsterdam of Utrecht zijn budget niet rond krijgt, kijkt vanzelf wat verder weg. En zo belandt iemand uit de hoofdstad in een gemeente als Culemborg, waar vorig jaar 42 procent van de instroom uit de Randstad kwam. Het hoogste aandeel van het land.
Stedelingen blijven honkvast
Opvallend genoeg zijn het juist de bewoners van de grote steden die het minst verkassen. Wie in een grote stad woont, koopt relatief vaak een volgende woning in diezelfde stad. Dezelfde honkvastheid zie je in kleinere gemeenten als Urk en Bunschoten, waar het aandeel lokale kopers hoog ligt. Plaatsen met een sterke eigen identiteit, al verschillen Urk en de Randstad-steden onderling natuurlijk enorm.
En de ouderen? 75-plussers vertonen opmerkelijk gedrag. Bijna de helft van hen verhuisde vorig jaar binnen twee kilometer van de oude woning. Begrijpelijk, want dichtbij familie, de vertrouwde huisarts en de bekende supermarkt weegt zwaar op die leeftijd. Maar er is een andere kant. Dezelfde groep verhuisde juist vaker dan jongeren naar een woning meer dan vijftig kilometer verderop, bijna 12 procent deed dat. Een deel van de senioren kiest dus radicaal voor iets nieuws, misschien dichter bij de kinderen of richting de kust.

De zorg van gemeenten
Achter dit onderzoek schuilt een politiek gevoelige vraag. Steeds meer gemeenten maken zich zorgen dat kopers van buitenaf de lokale woningmarkt op slot zetten. De gedachte: als een kapitaalkrachtige import-koper het schaarse aanbod wegkaapt, blijft de plaatselijke starter met lege handen achter. Het is een verhaal dat in raadszalen door het hele land klinkt.
Maar klopt dat beeld eigenlijk wel? Het Kadaster zet er een stevige kanttekening bij. Kopers van buiten richten zich vooral op hetzelfde segment als lokale doorstromers. Ze concurreren dus minder vaak rechtstreeks met de starter die zijn eerste woning zoekt. De buitenstaander en de lokale starter azen lang niet altijd op dezelfde huizen.
Dat haalt niet alle pijn weg. Een gespannen markt blijft een gespannen markt, en elke extra gegadigde drukt op de prijs. Toch nuanceert het onderzoek het stereotype van de buitenstaander die de boel komt verzieken. De werkelijkheid is rommeliger dan de borrelpraat.

Wat betekent dit voor u?
Voor wie zich nu oriënteert op een koop, schuilt er een praktische les in deze cijfers. De ruimte zit vaak net buiten de plek waar u nu woont. Een gemeente verderop kan zomaar tienduizenden euro’s schelen voor een vergelijkbaar huis. En met de lichte afkoeling die de markt begin dit jaar liet zien, krijgt die zoektocht naar verderop misschien wat meer lucht.
Tegelijk laat het Kadaster zien dat de meeste mensen het liefst dichtbij blijven. De band met de eigen buurt is sterker dan de cijfers over groeiende afstanden op het eerste gezicht doen vermoeden. Nederlanders trekken verder weg, maar het liefst niet te ver.